Bruto Nationaal Geluk

Door Marcel Aalders

In november 2011 bezocht ik Bhutan en sprak ik met de inwoners van het bijzondere koninkrijk, dat in de Himalaya ingeklemd ligt tussen India en China. Wat kunnen wij veel leren van de Gross National Happiness-filosofie van Bhutan. Een land ongeveer zo groot als Nederland met slechts 700.000 inwoners, dat zijn authenticiteit koestert en tegelijkertijd meebeweegt met de moderne tijd. De Bhutanezen lijken er wonderwel in te slagen de middenweg te vinden tussen geld verdienen en duurzame waardecreatie. Bhutan laat perfect zien hoe ondernemingen hier een voorbeeld aan kunnen nemen door nadrukkelijker te sturen op het geluk van hun klanten en medewerkers.

“Happiness is a place”, is de veelzeggende slogan die het Tourism Council of Bhutan inzet. Bhutan is het land in de wereld dat het meest lijkt te beseffen wat het zelf waard is, dit koestert en daar consequent op stuurt. Een land dat zijn identiteit vanuit een groot zelfbewustzijn bewaakt.

 

Het model: materieel en geestelijk gewin gaan hand in hand

Dasho Kinley Dorjl van het Ministerie van Informatie en Communicatie verwoordt het als volgt: “Bhutan heeft lang geleden al besloten dat het geen militaire macht wil zijn en nooit een economische grootmacht zal worden. Om te overleven moeten we het daarom van een onderscheidende identiteit hebben. Het is geen toeval dat je dit terugziet in onze cultuur, taal, kleding en architectuur.”

Om redenen als deze is de Gross National Happiness (GNH) een belangrijkere factor dan het Bruto Nationaal Product. Bij het maken van wetten en in alle politieke beleidsafwegingen wordt steeds op holistische wijze getoetst: wat is de implicatie van de maatregelen die we nemen voor het nationaal geluk? De GNH bestaat daartoe uit vier peilers:
- behoud en promotie van de culturele en spirituele historie
- eerlijke sociaal-economische ontwikkeling
- good governance
- behoud van de natuur

Deze geïntegreerde bestuursvisie is vertaald naar een besluitvormingsmodel met negen dimensies, die in totaal 33 indicatoren bevatten. Op basis hiervan berekent de regering de GNH-index. Deze geeft aan hoeveel procent van de bevolking gelukkig is en op welke domeinen niet-gelukkige inwoners ongelukkig zijn, zodat hier wat aan gedaan kan worden.

 

Waterkracht als voorbeeld van waardedenken

Een van de belangrijkste inkomstenbronnen van het land is meteen ook een mooi voorbeeld van de wijze waarop de GNH-filosofie handen en voeten krijgt.
Bhutan zou het land vol kunnen bouwen met dammen om nog meer inkomsten uit waterenergie te vergaren. Nadat in 1967 de eerste dam werd gebouwd, is hydro-elektriciteit nu al goed voor 40% van het nationale inkomen. De energie-export naar het naastgelegen India is winstgevend. Maar ook lokaal heeft het grote betekenis: vele kleine, lokale waterkrachtinstallaties stellen de afgelegen bergdorpen in staat over elektriciteit te beschikken. Ondanks de mooie cijfers (of is het juist dankzij?) heeft Bhutan de productie gelimiteerd: jaarlijks mag niet meer dan 20.000 megawatt worden geproduceerd, om te voorkomen dat het beslag op de natuur en cultuur onevenredig groot wordt.

 

Durft marketing te focussen op happiness?

Bhutan reikt ons een denkmodel aan waarmee organisaties zelf kunnen gaan sturen op klanten- en medewerkersgeluk en maatschappelijke betekenis. Er zijn voorbeelden te over die laten zien hoe Bhutan zijn authenticiteit koestert en zelfs vermarkt, terwijl het land evenzo goed meebeweegt met de tijd en vernieuwing adapteert. Het is daarmee ook te zien als een ijzersterke ‘heritage brand’ als ware het Coca-Cola, maar dan met duurzame betekenis voor de samenleving.
De vraag die we onszelf als marketingprofessionals moeten stellen is of we daadwerkelijk een leidende rol gaan pakken. Een rol die een omslag stimuleert in het denken in termen van geluk voor onze klanten, medewerkers en automatisch daarmee ook onze samenleving en zijn schaarse hulpbronnen.

Is dat niet altijd al de rol van marketing geweest, om de conversie van een behoefte naar een concrete vraag naar een mooier leven te organiseren en te stimuleren? En daarbij het levensgeluk van klanten en gemotiveerde medewerkers voorop te stellen, en niet primair het eigenbelang? De vraag is of we het lef hebben dit op te pakken en het Bhutanese model te volgen. Het voorbeeld ligt al klaar. In de Himalaya’s.

Dit artikel is een verkorte versie van een artikel dat eerder verscheen op Molblog.

Marcel Aalders is als zelfstandig marketingstrateeg en –interimmanager gespecialiseerd in positioneringsvragen, propositie-ontwikkeling en duurzame marketingstrategie.  Zie www.aaldersmm.nl. Aalders is mede-oprichter van Buro Brood, het strategische marketingadviesbureau dat bouwt aan onderscheidende proposities en klantgericht gedrag . Zie www.burobrood.nl.


Nog geen reacties geplaatst.

Laat een reactie achter